Zoektocht in Suriname
“Tegen de Troeriehut zat neergedrukt. Een zwarte vrouw. (…) Ze was zo koud van top tot haar teenen. Gado Didi trilden tegen haar slappe beenen.”
“Slaag had ze gekregen, toen viel ze in zwijm. Nog had ze striemen, haar gezicht bebloed. Maar nu, nu was ze voor altijd vrij.” – Anton de Kom
Welkom in Suriname. Je bent hier namelijk omdat je in je waaier een naam hebt gevonden die uitkomt in Suriname. Een deel van jou komt hier vandaan.
De kans is groot dat je vanaf hier voorouders zult aantreffen die deel hebben uitgemaakt van een systeem van slavernij. Suriname werd namelijk in de 17e eeuw een Nederlandse kolonie. Om de suiker-, koffie-, cacao- en katoenplantages winstgevend te maken, voerden Nederlandse slavenhouders tot slaaf gemaakte Afrikaanse mensen naar Suriname. Dit begon grootschalig in de tweede helft van de 17e eeuw en duurde officieel tot de afschaffing van de slavernij in 1863.
We doorlopen dit verhaal eigenlijk achterstevoren. En daarom beginnen we nu op het eind. De slavernij is ten einde en Suriname heeft mensen nodig. Veel mensen. Daarom komen Chinezen, Hindoestanen en Javanen naar Suriname om daar het werk over te nemen.
1950 tot 1850
Migratie en contractarbeid
Kijk hieronder in de volgende archieven of er informatie te vinden is die overeenkomt met die van de informatie die je nu al hebt gevonden.
Druk op ‘Contractarbeid’ voor meer informatie.
Als je niets vindt. Of als je even vast loopt. Dat kan. We zijn inmiddels al erg ver. Het is nu sprokkelen. Moeilijk, maar niet onmogelijk. Als je er echt niet uit komt, kijk dan eens bij de veelgestelde vragen. Misschien krijg je daar net dat ene antwoord of inzicht wat je nodig hebt.
Nieuwe namen
Na de afschaffing van de slavernij kreeg bijna iedere familie een achternaam. Vaak bedacht door de plantage-eigenaar, soms gekozen door de familie zelf. Dit moment is cruciaal: misschien is dit de eerste plek waar jij de achternaam tegenkomt die je nu nog draagt. Probeer bijvoorbeeld te zoeken in de boeken van H.E. Lamur: Familienaam & verwantschap van geëmancipeerde slaven in Suriname.
1863
Keti Koti
Stel je voor: 1 juli 1863. In Paramaribo en op de plantages wordt bekendgemaakt dat de slavernij officieel voorbij is. Tienduizenden mannen, vrouwen en kinderen horen dat zij ‘vrij’ zijn. Vrij, maar niet helemaal: velen moesten nog tien jaar doorwerken onder contract. Toch is dit de dag die later bekend zou worden als Keti Koti – het verbreken van de ketenen.
Als jij wil weten of jouw voorouders op die dag werden vrij verklaard? Dan moet je zoeken in de Emancipatie Registers. Daar staan de namen van alle vrijgemaakten genoteerd, samen met de naam.
Vóór de registers: vrijmakingen en kerken
Sommige mensen werden vóór 1863 al vrijgemaakt via een manumissie. Dat houdt in dat tot slaaf gemaakten werden vrijgelaten door de eigenaren. Doorzoek de verschillende registers door te drukken op ‘Manumissies’.
Het leven op de plantages
We zijn er. We zijn op de plek waar dit alles begon. Dit verschrikkelijke verleden samenkomt. Waar we van weten dat er daar gruwelijke dingen gebeurden. We zijn op de plantages van Suriname.
“Vierhonderd aaneengesloten plantages, aangelegd volgens hetzelfde ontwerp, met hetzelfde patroon van orde, aanleg en middelen; toen ik tenslotte op één van deze plantages stond, pas gewonnen uit ’t water, en door tuinen liep die even uitgestrekt waren en even zorgvuldig vormgegeven als de beroemde Tuilerieen. Een mooi huis, fraaie opslagplaatsen, grote werkplaatsen, en uitgestrekte hutten voor de slaven.” – Pierre-Victor Malouet, Mémoires sur l’esclavage (1777)
Er waren op het hoogtepunt maar liefst 370 plantages waar naar schatting 50.000 tot slaaf gemaakten werkten. Wat je je nu misschien afvraagt… Waren mijn voorouders daar ook? We gaan het samen uitzoeken.
Sommige plantages hielden nauwkeurig bij wie er woonden, werkten en stierven. Deze administraties zijn vandaag de dag een goudmijn voor onderzoek. In de emancipatie registers heb je wellicht een naam gevonden van een van je voorouders. Noteer alles wat je vindt want dit is wellicht de laatste keer dat je voorouder een voor en achternaam hebben. Voor deze tijd waren het tot slaaf gemaakte, met soms enkel een voornaam en de naam van de eigenaar.
Als eerst: als je een plantagenaam hebt gevonden. Dan kun je alles over die plantage hieronder vinden.
Het kan gebeuren dat de resultaten van de zoektocht je verbazen. Je vindt bijvoorbeeld een document van een willekeurige plantage ergens in Suriname. Of de naam van jouw voorouders die niet eens zo lang geleden geleefd hebben. Het is iets wat je misschien vermoedde, maar nu heb je het bewijs. Ze waren tot slaaf gemaakt of wellicht slavenhouders.
Het kan zijn dat je hier veel vragen over hebt. Voor ondersteuning, klik dan op het venster hieronder.
1863 tot 1830
De registers van dwang
We gaan verder. Tussen 1830 en 1863 hield de koloniale overheid registers bij van tot slaaf gemaakten. Soms werden alleen voornamen of nummers gebruikt, soms vind je relaties of leeftijden. Het kan een puzzel zijn, maar dit is vaak de enige manier om families vóór 1863 te traceren. Je zoekt naar de combinatie voornaam en naam van de plantage en/of plantage-eigenaar en die vind je in de onderstaande emancipatieregisters. Gebruik verschillende vormen van spelling als je die hebt.
Voor de 18e eeuw
Geloof
Geloof speelde een erg belangrijke rol in de 18e eeuw. Het is daarom goed mogelijk dat plantage-eigenaren hun tot slaaf gemaakten inschreven bij een kerk. Om nog verder terug in de tijd te gaan, gaan we nu de verschillende kerkenregisters van Suriname raadplegen. Het kan zijn dat je daar nog weer een stapje verder op de waaier komt.
Druk op ‘kerkregisters’ om verder te zoeken en probeer vervolgens je zoektocht te vervolgen in de verschillende wijkregisters.
De 17e eeuw
Het is 1667 als Nederland Suriname van de Engelsen overnam via de Vrede van Breda. Vanaf dat moment verandert het gebied in een plantagekolonie. Als eerst is het de inheemse bevolking dit tot slaaf gemaakt wordt. Maar zij konden vaak ontsnappen of overleden door ziektes en zware arbeid. Daarom begint men mensen uit West-Afrika naar Suriname te brengen via de trans-Atlantische slavenhandel. Ze worden onder verschrikkelijke omstandigheden over de Atlantische Oceaan vervoerd — de zogeheten Middenpassage. Een grauwe periode is begonnen.
“De stank in de onderdekken terwijl we nog aan de kust waren, was zó onverdraaglijk walgelijk, dat het gevaarlijk was daar enige tijd te blijven, en sommigen van ons mochten op het dek blijven voor frisse lucht; maar nu de volledige ‘lading’ van het schip bij elkaar was opgesloten, werd het volstrekt pestilent. De benauwdheid van de plek, en de hitte van het klimaat, gecombineerd met het aantal mensen op het schip, dat zo overvol was dat ieder nauwelijks ruimte had om zich om te draaien, verstikte ons bijna.” – Olaudah Equiano, The Interesting Narrative of the Life of Olaudah Equiano